Oversteek naar Mindelo

Gast Barbara vertelt:
“De reis naar Mindelo begint na een ochtend waarin elke gast aan zijn of haar trekken komt. Het visgerei wordt getrokken, snorkelmaskers uitgeprobeerd, maar het mooiste is gewoon zitten en staren naar het dorpje in de haven voor de bergen, onscherp door de mistige lucht. Of kijken naar de hoge golven die openwaaien door de aantrekkende wind voor ze breken op de hoge rotsen.
Het anker wordt omhooggehaald en direct achter de glooiing van het eiland laat de wind zich voelen. We gaan de langste afstand varen en we zitten in de witte wacht van 12-4 uur. De kapitein verwacht flink door te kunnen zeilen, waarschijnlijk wel de hele nacht. En zo zal het gaan. Gedurende de dag verdwijnen heel langzaam de schaduwen van Santiago en Fogo. Het ene moment staan we in twee rijen van 5 à 6 gasten voluit de zeilen te hijsen, het andere moment liggen we even, of staren, naar vliegende vissen dit keer. Niet één maar tientallen, school na school.
Het wordt hier snel donker en voor het eten trimmen we nog een paar zeilen. Dit keer staan de stoelen in de salon vast. Een vol wijnglas op tafel had toch beter in de glaskuip op de tafel kunnen staan. Hier en daar een neus die wat wit wordt. Lopen met één vrije hand zodat je niet onderuitgaat, is nu echt nodig. Buiten begint de wind te gieren en na het eten duiken wij snel ons bed in. Kwart voor twaalf, geklop op de deur. De zeiljas is nodig tegen de opspuitende golven, de wind is alweer sterker.
Toch gebeurt er de eerste twee uurtjes niet al te veel en kunnen we rustig wakker worden. Maarten vertelt verhalen over de sterren, vlak voor zijn wacht erop zit. Er is geen lichtvervuiling, dus zien we er veel. Ik dut stiekem even weg op een zitzak.
Rond half drie moeten we ineens aan de bak, we varen niet hoog genoeg en dus recht op het eiland af waar we langs proberen te varen. De kapitein wordt weer gewekt. Snel handelen moeten we nu, een paar zeilen omlaag. Iedereen is weer klaarwakker.
Een paar minuten voor vier wordt de volgende wacht gewekt. In bed blijven we heen en weer rollen.
De nacht was niet rustiger dan het ontbijt waar sommigen stiller zijn dan op andere dagen. Ik ben verbaasd hoe snel we elkaars gewoonten leren kennen. Wat minder grapjes en wat meer concentratie als we ons nu met twee handen zouden willen vasthouden, dus een kop koffie meenemen voor iemand anders zit er nu even niet in.
Wanneer ik mijn hoofd naar buiten steek, ben ik blij dat ik mijn jas aan heb, want de oceaan dringt zich op met een frisse spray midden in mijn gezicht. Op het bankje, naast de roerganger van vandaag, is het toch ontspannen wakker worden. Bruine- en Jan-van-genten vliegen naast de boot en de tijd vliegt ook. Dan ankeren we in Mindelo.”