Open dag

Open dag

Open dag

17 december 2013

Verslag van Olav:
“Vorige week lagen we nog een leuk historisch plaatje uit te hangen voor de deur van de Falklandse hoofdstad. Onze masten, getooid met olijk flapperende vlaggen, staken majestueus uit boven de vrolijk gekleurde huisjes van Port Stanley. Nu zijn we verkast en liggen gezamenlijk aan een roestige stalen steiger buiten het voornoemde plaatsje. Het plaatje is nu wat minder vrolijk, het lijkt meer op een scène uit een slechte science fiction-film. Zo eentje waarin de aarde is vergaan maar een aantal mensen daar nog geen weet van heeft. Ondanks de veranderde omgeving heeft het echter ook voordelen. We kunnen nu met een flinke zwaai aan boord stappen. De natte konten-expres die om de twee uur met de dinghy naar de wal gevaren werd, is over. Met dank van mijn billen en spijkerbroek.
Sinds een aantal dagen worden wij gadegeslagen door mannen die in werktijd met dikke auto’s en kleine cameraatjes ons komen begluren. Zij parkeren hun vette vervoermiddelen in front van het schip, dan wordt er wat gebabbeld, komt het cameraatje tevoorschijn, klik. Op naar het volgende schip. Waar doet mij dit toch aan denken? De kapiteins besluiten ’ter leringhe ende vermaeck’ een open dag te organiseren.
Vandaag is het zover. Alle schepen doen mee. De ‘Europa’, de ‘Tecla’ en de ‘Oosterschelde’ stellen hun loopplanken ter beschikking van de Falklandse bevolking. Tien uur. Ik sta klaar met pas gepoetste tanden, niet gepoetste schoenen en een perfecte scheiding in het spaarzame haar. Niemand te bekennen. Ik ga maar eens op de kade kijken. Niemand te bekennen. Dan maar een bakje koffie doen. Snel weer aan dek. Niemand te bekennen. Een akelig sinterklaas-gevoel bekruipt mij. “Zou de goede Sint wel komen, nu hij de kade zo lelijk vindt?” Het is niet waar, ja, waarempel in de verte nadert een eenzame wandelaar, die doelgericht onze richting uitstiefelt. Ik verstop mij achter het dekhuis om te voorkomen dat de eenzame wandelaar afgeschrikt wordt en ons als zodanig weer ontsnapt. De man blijft, studerend voor ons fraaie Oosterschelde-bord staan. Ik zie mijn kans en spring grimmig grijnzend uit mijn schuilplaats tevoorschijn. “We are open, sir!”. De man schrikt even van mijn abrupte verschijnen maar besluit toch aarzelend aan boord te komen. De man neemt het schip met kennersblik op. “Mijn grootvader heeft op een tweemastschoener gevaren” zegt hij glunderend. “Hij vervoerde vracht tussen de eilanden”. Hij herinnerde het zich als de dag van gisteren. “Er zat wel een motor in”, zei hij verontschuldigend terwijl hij wat dromerig naar onze masten en tuig staarde. “Zelf ben ik kapitein geweest op de pakketboot naar Montevideo. Veertig jaar meneer, veertig jaar sjouwde ik dag en nacht over de oceaan. Mooie tijd meneer”. Het ijs was helemaal gebroken. Al verhalen uitwisselend hebben we de hele ‘Oosterschelde’ van onder tot boven geinspecteerd. Toen de man na afloop van boord stapte, dacht ik een traan in zijn oog waar te nemen.
Inmiddels kwamen er steeds meer mensen ons schip bezoeken. Moeders met kinderen, die net voor het naar school gaan een educatieve boost ondergingen. Kantoormensen die verbaasd en ook wel een tikje eerbiedig naar onze rijzige masten en de georganiseerde wirwar van touwen en zeilen staarden. Fabrieksarbeiders, die waarderende opmerkingen maakten over de degelijkheid van het schip, politiemensen, brandweerlieden, de kok van de ‘Tasty Treat’. Ik heb de hele doorsnee van de Falklandse bevolking de revue zien passeren. Iedereen toonde zich heel verbaasd over onze reis, de grootte van ons schip en natuurlijk de inrichting van onze grote salon. “Een piano! Kijk, is dat geen houtkachel? Nee maar, een echt kanon”. Zomaar wat opgevangen kreten waarin verbazing en bewondering besloten lag. “Oh, wat prachtig!”. Op dit moment besloten ook veel bezoekers dat ze de ‘Oosterschelde’ toch wel mooier vonden dan de ‘Europa’. Waarvan acte.
Vroeg in de middag arriveerde de plaatselijke lagere school. Een dertigtal uitgelaten kinderen bestormde het schip. Woody en ik namen elk de helft van het ongeremde stel onder onze hoede. Hoge masten, het stuurwiel en met name ons minuscule kannonnetje hadden hun onverdeelde aandacht. “Als de Argentijnen schieten, dan schieten wij terug”, grapte ik, niet educatief verantwoord. “Mijn vader kan wel een grotere leveren, want hier red je het niet mee”, zei een klein wijsneusje serieus. Na een stormachtig halfuurtje joelde de groep weer terug naar het volgende lesuur.
Ik ben ervan overtuigd dat de mensen van Port Stanley en verre omgeving hebben genoten van het bezoek aan, en de verhalen op onze bijzondere schepen. Het zal weer een hele tijd duren voor er weer zoveel nautisch moois de Falkland-eilanden zal aandoen en er weer mooie historische plaatjes gemaakt kunnen worden van lange masten en kleurrijke huisjes.”